Beschrijving:
De zoete wraak. Ze lachte gracieus en neeg het hoofd. 'Uw naam is me genoemd, my lord, het doel van uw bezoek niet.' Hij kreeg een lichte kleur en lachte haar innemend toe. 'Mejuffrouw Daviot, wilt u het niet als een onbeschaamdheid beschouwen, daar wij elkaar eigenlijk nauwelijks hebben ontmoet; maar ik heb uw vader verzocht u het hof te mogen maken.' Ze kreeg een verschrikte blik in de ogen en een bloedrode kleur op haar wangen en de lach werd volkomen van haar gezicht weggevaagd. 'Maar ik wil niet -'zei ze in verwarring. 'ik begrijp het niet. Ik ken u niet eens! - Is dit uw wens of die van mijn vader?' Ze zag er verward en ongelukkig uit en een ogenblik kreeg hij deernis met haar. Nijdig bedacht hij dat er, als hij uit deze impasse geraakte, wat hem ongetwijfeld op de een of andere wijze zou gelukken, een rekening te vereffenen zou zijn. En daarop maakte hij zich plotseling uit zijn gedachten los, want het drong tot hem door dat de stilte te lang ging duren. 'Wanneer u tijd tot nadenken hebt gehad,' zei hij, 'mag ik dan misschien nog eens met u praten?' Over welk onderwerp u maar wenst,' zei ze met een schuw lachje, 'behalve dit dan...'
|