Beschrijving:
Jantje Grovers was een schoffie uit het meest sombere deel van Rotterdam. In het begin van de 20ste eeuw groeide hij daar op in een sjofel woninkje op het in voortdurende ademnood verkerend hofje. Met zijn makkertjes Bulletje en Pietje jatte hij appels, pikte rozestruiken om zijn moeder te verwennen en gapte centen om pollekabrokken te kunnen kopen. Zo bracht hij een lange lijst boevenstreken op zijn naam, werd de schrik van de buurt, het 'kruis' van zijn moeder en het eerste 'klantje' dat Pro Juventute aan de zorg van Brusse toevertrouwde. Dat was het begin van een wonderlijke vriendschap, die uiteindelijk resulteerde in deze kroniek die in 1903 zijn eerste druk beleefde. Een kroniek die al dadelijk na verschijnen een succes werd en ook nu nog - na bijna 70 jaar - de lezer zal weten te boeien. Niet enkel om de guitige boefjes-streken van het schooiertje met een gouden hart, dat via de gevangenis en het gesticht toch weer op het rechte pad geraakt. Maar ook omdat het boek zicht geeft op een uitzichtloos stukje samenleving anno 1900. Achter het verlegen en bleke jochie leeft een bottig boefje en met hem een haast oneindige stoet armeluiskinderen die in die tijd geen leven hadden.
|